Algemene informatie

Laatste update op 8 mei 2017 om 7u58

Snel naar

    In Nederland zijn drie natrium-glucose-cotransporter 2-remmers (SGLT-2-remmers) op de markt:

    • canagliflozine (Invokana®) en canagliflozine/metformine (Vokanamet®
    • dapagliflozine (Forxiga®) en dapagliflozine/metformine (Xigduo®)
    • empagliflozine (Jardiance®) en empagliflozine/metformine (Synjardy®)

    Van dapagliflozine en empagliflozine zijn ook combinatiepreparaten met een dipeptidylpeptidase-4-remmer (DPP-4-remmer) geregistreerd. Deze zijn niet op de markt in Nederland. In de medicijngroep overig nieuw geregistreerd staat meer informatie over saxagliptine/ dapagliflozine (Qtern®) en empagliflozine/linagliptine (Glyxambi®).

    SGLT-2-remmers zijn geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus type 2 (DM2) bij volwassenen als monotherapie en voor de combinatie met andere bloedglucoseverlagende geneesmiddelen, inclusief insuline. De vergoeding beperkt zich tot de combinatie met metformine en de combinatie met metformine en een sulfonylureumderivaat (SU-derivaat). Canagliflozine en dapagliflozine worden ook vergoed in combinatie met alleen SU-derivaten. 

    SGLT-2-remmers hebben geen plaats in het medicamenteuze stappenplan voor de behandeling van DM2 volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2013).

     

    Werkzaamheid

    De behandeling van DM2 richt zich het voorkómen van klachten ten gevolge van ontregelde bloedglucosewaarden en op het voorkómen/uitstellen van micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit. Alleen voor empagliflozine is onderzoek gepubliceerd naar de cardiovasculaire effecten op langere termijn (EMPA-REG OUTCOME-studie). Hieruit blijkt dat empagliflozine superieur is ten opzichte van placebo wat betreft cardiovasculaire sterfte bij patiënten met een hoog risico voor cardiovasculaire aandoeningen. Daarnaast veroorzaakt empagliflozine minder ziekenhuisopnames voor hartfalen en sterfte door alle oorzaken dan placebo. Op andere cardiovasculaire uitkomstmaten is empagliflozine non-inferieur, maar niet superieur aan placebo. Bij Europeanen is het risico op beroerte verhoogd bij gebruik van empagliflozine (Zinman, 2015). Meer informatie over de cardiovasculaire effecten van empagliflozine staat in het dossier cardiovasculaire effecten. Van de andere SGLT-2-remmers is niet bekend wat de cardiovasculaire langetermijneffecten zijn. 

    SGLT-2-remmers verlagen het HbA1c en veroorzaken een reductie van het lichaamsgewicht en de bloeddruk. De mate van verlaging van HbA1c, lichaamsgewicht en bloeddruk staan beschreven in de afzonderlijke teksten over canagliflozinedapagliflozine en empagliflozine.

     

    Veiligheid

    De meest voorkomende bijwerkingen van SGLT-2-remmers zijn genitale infecties, urineweginfecties, polyurie/pollakisurie en bijwerkingen als gevolg van volumedepletie, zoals duizeligheid, hypotensie en uitdroging. SGLT-2-remmers geven geen verhoogd risico op hypoglykemieën, tenzij de middelen gecombineerd worden met SU-derivaten of insuline. Er heerst onduidelijkheid over een mogelijk verhoogd risico op tumoren bij gebruik van dapagliflozine, al lijkt een causaal verband op dit moment onwaarschijnlijk. De registratie-autorteiten hebben gewaarschuwd voor een verhoogd risico op ketoacidose, waaronder euglykemische ketoacidose. Actuele informatie over deze onderwerpen vindt u in de dossiers tumoren en ketoacidose. Voor canagliflozine is een waarschuwing uitgestuurd over een mogelijk verhoogd risico op amputaties van onderste ledematen. 

    Bijwerkingen van SGLT-2-remmers kunt u melden bij het Bijwerkingencentrum Lareb. Op het Meldpunt Medicijnen zijn gebruikerservaringen te vinden.

     

    De praktijk

    SGLT-2-remmers worden eenmaal daags oraal toegediend. SGLT-2-remmers worden niet aanbevolen bij patiënten met verminderde nierfunctie (zie voor de specifieke afkapwaarden de pagina's over canagliflozinedapagliflozine en empagliflozine). Voorzichtigheid is geboden bij patiënten bij wie bloeddrukdaling mogelijk risicovol is en bij patienten met een verhoogd risico op ketoacidose.  .

     

    Achtergrond aandoening

    Bij DM2 is er sprake van onvoldoende insulinesecretie als gevolg van bètaceldisfunctie, en insulineresistentie in lever-, spier- en vetweefsel. Dit leidt tot verhoogde bloedglucosewaarden, met als gevolg een verhoogd risico op micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit. 

     

    Werkingsmechanisme

    SGLT-2-remmers blokkeren de natrium-glucose-cotransporter 2 die zich bevindt in de nieren. Deze transporter transporteert glucose uit de voorurine terug naar het bloed. Blokkade van deze transporter leidt tot verminderde (terug)resorptie van glucose naar het bloed, waardoor er meer glucose-excretie met de urine plaatsvindt en de bloedglucosespiegel daalt. De werkzaamheid van SGLT-2-remmers is daarmee afhankelijk van de nierfunctie. 

     

    Literatuur

    • NHG. NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2013). 
    • Zinman B et al. Empagliflozin, cardiovascular outcomes, and mortality in type 2 diabetes. N Engl J Med. 2015;373(22):2117-28. 

    Discussie